Meterkast en zonnepanelen

Aan welke eisen moeten de meterkast en de zonnepanelen eigenlijk aan voldoen? Door een enorme toename van het aantal zonnepanelen is het belangrijker dan ooit om de meterkast en zonnepanelen op de juiste manier aan te sluiten. Daarmee voorkom je vervelende storingen en beperk je de veiligheidsrisico’s. Welke eisen er zijn lees je in dit artikel.

Zo richt je de meterkast het beste in

Voorkom scheefvoeding, verdeel de energie netjes over de fasen en sluit alles veilig aan.

Symmetrisch aansluiten

Symmetrisch aansluiten is belangrijk bij het installeren van zonnepanelen (of andere elektriciteitsopwekkers). Bestaat je set zonnepanelen uit meerdere omvormers, dan verdeel je deze gelijkmatig over alle fasen. Bij een 1-fase omvormer sluit je deze aan op de fase met de laagste spanning. Let ook op de verdeling van de aansluitingen in de straat.

Voorkom scheefvoeding

Op een 1-fase aansluiting mag je maximaal 5 KW (5000 Wattpiek) aansluiten. Dit komt overeen met ongeveer 16 zonnepanelen. Bij overschrijding van deze capaciteit treedt er scheefvoeding op. Dit is niet toegestaan. Het voorkomen van scheefvoeding is namelijk verplicht (zie ook: Netcode art. 2.2.1.8). Wil je meer vermogen plaatsen dan vraag je een wijziging van de aansluiting aan bij de netbeheerder.

Selectiviteit

De groepenkast richt je ten opzichte van de hoofdaansluiting altijd conform de NEN1010 (2020) in. Dit houdt in dat je tussen de groepszekering en de hoofdzekering een factor 1,6 (2 stappen) aanhoudt (zie ook: NEN1010 art. 535.1).

Aanpassen meterkast

Als er een storing optreed mag de netbeheerder een aanpassing van de zonnepaneleninstallatie verplichten, zodat deze alsnog voldoet aan de technische eisen (zie hiervoor: Netcode art. 2.1.1.1).

Eisen kabel omvormer naar groepenkast

De kabel tussen de groepenkast en de omvormer moet een voldoende grote doorsnede hebben. Dit voorkomt een te hoge spanning op de kabel van de omvormer (NEN1010 & NPR5310). Het is aan te raden om de spanningsval tussen de hoofdverdeelinrichting en omvormer te beperken tot 1 procent.

Spanningsbeveiliging omvormer

De omvormer moet uitschakelen bij een maximale netspanning van 253 Volt. Vaak is de spanningsbeveiliging van je omvormer lager afgesteld op bijvoorbeeld 245 Volt. Deze mag je zonder toestemming van de netbeheerder verhogen tot maximaal 253 Volt. Daarboven moet je toestemming vragen van de netbeheerder.

Aarden zonnepanelen is verplicht

Het aarden van zonnepanelen (met een transformatorloze omvormer) is sinds januari 2015 in ons land verplicht. Ook als het systeem in de nabijheid van een bliksemveiligheidsinstallatie ligt is het aarden nog steeds verplicht. In andere gevallen is het advies ook om deze te aarden, om onveilige situaties te voorkomen.

Aardlekschakelaar bij zonnepanelen

Bij een elektrische installatie is een aardlekschakelaar verplicht (zie ook: NEN1010 art. 411.3.3). De aansluiting van een omvormer valt hier echter niet onder, maar als de omvormer niet automatisch kan uitschakelen bij een netstoring, dan is een aardlekschakelaar wel verplicht (zie ook: NEN1010 art. 415.2)

Eisen rondom de aansluiting

De aansluiting in de meterkast moet voldoende capaciteit hebben om de opgewekte stroom te transporteren. De maximale capaciteit (uitgedrukt in Ampère of VA) is afhankelijk van het type aansluiting. Onderstaande tabel geeft de maximaal toelaatbare waarden weer.

Maximaal aan te sluiten zonnepanelen in de meterkast

Kort samengevat

In onderstaande tabel zie je een overzicht van de eisen die de netbeheerder stelt ten aanzien van het aansluiting, meterkast en zonnepanelen. De categorieën in de tabel hebben betrekking tot de eindgroep (binnen-installatie).

Samenvatting eisen meterkast en zonnepanelen
Opmerking over bovenstaand tabel
* Betreft bovengrens en ondergrens omvormer, waarbij deze moet uitvallen
** Betreft symmetrische aansluiten en selectiviteit eindgroep t.o.v. aansluiting

Meer informatie

Zie voor verdere eisen aan de PV-installatie de NEN1010 Elektrische installatie laagspanning en de NPR 5310: Nederlandse Praktijklijn bij NEN1010.

Storing melden: 0800 – 9009

Voldoet de meterkast aan alle richtlijnen en eisen, maar geeft de omvormer toch een netstoring (grid error) aan? Neem dan contact op met de landelijke storingsdienst. Controleer op de omvormer óf vraag de installateur naar de gemeten netspanning die op de omvormer binnenkomt. Dit is noodzakelijk bij het melden van de storing.

Overige vragen

Twijfel je of wil je meer informatie over de gestelde eisen rondom de aansluiting in combinatie met zonnepanelen (of een andere elektriciteitsopwekker). Neem dan contact op met je netbeheerder.

Teruglevering melden

Voor het melden van teruglevering bij de netbeheerder heb je het meternummer van de elektriciteitsmeter uit je meterkast nodig en gegevens van je zonnepanelen en omvormer. De gegevens van de omvormer en zonnepanelen vind je op de offerte of het opleverdocument. Deze vraag je op bij de installateur.

Stabiel netwerk

Een stabiel elektriciteitsnetwerk is in ieders belang. Het is daarom noodzakelijk dat iedereen, met bijvoorbeeld zonnepanelen dit meldt bij de netbeheerder. Met deze melding houdt de netbeheerder namelijk bij waar uitbreidingen of onderhoud aan het elektriciteitsnetwerk nodig is. Dit voorkomt onder andere vervelende stroomonderbrekingen of storingen op je omvormer.

Is jouw meter geschikt voor teruglevering?

Video: Spanningsproblemen met zonnepanelen

  • Nuttige pagina?
  • 107   2