Zonnepanelenbezit laat duidelijke verschillen tussen huishoudens zien

Het aantal woningen met zonnepanelen nam tussen 2020 en 2024 sterk toe. Steeds meer huishoudens kiezen voor eigen zonne-energie en verlagen daarmee hun energiekosten. Toch blijkt uit onderzoek van het CPB dat zonnepanelenbezit ongelijk verdeeld blijft. Vooral huishoudens met een hoog inkomen of veel vermogen beschikken over zonnepanelen. Meer dan de helft van alle woningen met zonnepanelen hoort bij de hoogste 40 procent van de inkomens- en vermogensgroepen. Deze verdeling veranderde de afgelopen jaren nauwelijks.

Lagere inkomensgroepen maken dus geen grote inhaalslag. Tegelijkertijd groeit de kloof met hogere inkomens niet verder. Daardoor blijft de verdeling relatief stabiel, ondanks de snelle groei van het totale aantal installaties. Ook de woonomgeving speelt een rol. Het onderzoek keek naar regionale verschillen, woningtypen en sociaaleconomische kenmerken. Daardoor ontstaat een duidelijk beeld van de groepen die vooroplopen in de energietransitie en van huishoudens die achterblijven.

Steun van woningcorporaties

Woningcorporaties helpen lagere inkomens om mee te profiteren van zonne-energie. Zij investeren relatief vaak in zonnepanelen op sociale huurwoningen. Daardoor krijgen ook huurders toegang tot duurzame energie zonder zelf grote investeringen te doen. Deze aanpak levert zichtbaar resultaat op. Inmiddels beschikken ruim een half miljoen huishoudens uit de laagste inkomensgroepen over zonnepanelen. Beleidsmaatregelen en prestatieafspraken met woningcorporaties ondersteunen deze ontwikkeling.

Private huurders profiteren echter veel minder. Zij hebben van alle woonvormen het minst vaak zonnepanelen. Dat komt onder meer doordat huurders meestal afhankelijk zijn van de keuzes van een particuliere verhuurder. Daardoor blijven investeringen in zonne-energie vaak uit.

Zonnepanelenbezit gaat vaak samen met andere duurzame technologie

Slechts een beperkt aantal huishoudens combineert zonnepanelen met andere duurzame oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan warmtepompen en elektrische auto's. Deze combinatie komt vooral voor bij huishoudens met hogere inkomens en grotere vermogens. Huishoudens met zonnepanelen gebruiken gemiddeld meer elektriciteit. Dat hangt voor een belangrijk deel samen met het bezit van een warmtepomp of elektrische auto. Daarnaast speelt extra stroomverbruik in huis een kleinere rol.

Elektrische auto's komen nauwelijks voor bij huishoudens met lagere inkomens. Bij warmtepompen is het beeld iets gunstiger. Ook hier dragen woningcorporaties bij aan een betere toegankelijkheid. Daardoor krijgen meer huishoudens de kans om deel te nemen aan de energietransitie, al blijven de verschillen voorlopig zichtbaar.

 

CPB Publicatie verdeling van zonnepanelen over huishoudens

Meer over zonnepanelen

Bron: CPB

  • Jouw feedback
  • 0   0

Geef een reactie