In de vorige eeuw, in de jaren ’70 dacht ik, kwam het eerste rapport uit van de Club van Rome, “Grenzen aan de Groei”. Kort daarop ontstond het “Plan Lievense” om een combinatie te maken van windenergie en opslag daarvan in een stuwmeer om de onvermijdelijke fluctuaties in het windaanbod en de energieafname op te vangen.
Dat stuwmeer had het Markermeer moeten worden met de dijken opgehoogd tot wel 15 meter. Bovenop deze dijken zouden dan een aantal windmolens geplaatst kunnen worden, eventueel aangevuld met molens elders in het land, op de Afsluitdijk bijvoorbeeld. Later is nog een verplaatsing van dit stuwmeer voorgesteld naar een zandplaat bij Texel, “de Razende Bol”.
Dit plan heeft mij als elektrotechnisch ingenieur altijd al gefascineerd want het combineerde het nieuwe en onontkoombare begrip “Duurzaamheid” aan typisch Nederlandse vaardigheden zoals windmolens, strijd tegen het water en inpolderen met toen al zichtbare knelpunten in de energievoorziening.
De opkomst van alternatieve energiebronnen is sindsdien niet te stuiten geweest, mogelijk gemaakt door de alsmaar voortschrijdende technische ontwikkeling. Zonnepanelen zijn al heel gewoon en die op mijn dak zijn allang niet meer de enige.
Toch blijft men maar moeilijk doen over de opslag van energie als onoplosbaar probleem bij de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen. Terwijl we een even eenvoudige als briljante oplossing al tientallen jaren in huis hebben!






















Recente reacties op de nieuwsberichten