klimaatakkoord klimaattafel elektriciteit
Binnen de klimaattafel Elektriciteit moet een reductie van 20,2 Megaton aan CO2 worden gerealiseerd voor 2030. De klimaattafel Elektriciteit gaat over onderwerpen zoals; hernieuwbare productie van elektriciteit, groene waterstof en de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk.

Wind op Zee (WOZ)

Het opgesteld vermogen in 2030 moet groeien naar 11,5 Gigawatt (GW). In 2050 moet dit 60 GW zijn. Dit is goed voor een jaarlijkse elektriciteitsproductie van respectievelijk 49 TWh in 2030 en 255 TWh in 2050. De productiekosten moeten in 2024 minder dan 5 cent per kWh bedragen en in 2030 minder dan 3 á 4 cent per kWh.

Hernieuwbaar op land

De jaarlijkse elektriciteitsproductie van Wind op land (WOL) en grootschalig Zon-PV moet in 2030 opgeschroefd zijn naar 35 TWh.

Kleinschalig Zon-Pv

Vanaf 2030 moet de elektriciteitsproductie van Zon-Pv geplaatst door huishoudens en klein bedrijven (kleinverbruikers) groeien naar 15 tot 40 TWh.

Transitie van grijze waterstof naar groene waterstof

Om de transitie van grijze waterstof naar groene waterstof te realiseren, zal in 2030 ongeveer 3 tot 4 GW aan geïnstalleerd vermogen aan elektrolysers worden gerealiseerd vanuit een substantieel waterstofprogramma. Deze zal gekoppeld worden aan de groei van duurzame elektriciteitsproductie, zoals Wind op Zee.

Inzet waterstof

Waterstof wordt ingezet voor duurzame warmte in gebouwde omgeving, waar andere alternatieven voor aardgas niet mogelijk zijn. Vanaf 2025 moet waterstof worden ingezet voor personenvervoer (lange afstand) en wegtransport. Vanaf 2030 geldt dit ook voor zwaar wegtransport, scheepvaart en rail. Ook voor energieopslag over lange(re) perioden wordt waterstof ingezet.

Netbeheerders, rijksoverheid, gemeenten en overige partijen zorgen binnen het RES-programma, dat het omgevingsgebied en elektriciteitsnetwerk aangepast wordt, om de elektriciteitsproductiedoelstellingen binnen het Klimaatakkoord voor 2030 en 2050 te kunnen behalen en uitbreiding van hernieuwbare elektriciteitsproductie kan worden gefaciliteerd.

Vanaf 2020 komt er een CO2-minimumprijs voor de productie van elektriciteit. Deze wordt in de wet vastgelegd. Het prijspad betreft € 12,30 per ton CO2 in 2020 tot € 31,90 per ton CO2 in 2030.

Salderen tot januari 2023

De salderingsregeling wordt voortgezet tot en met 2022. Vanaf 1 januari 2023 wordt deze omgevormd tot een fiscale regeling, waarbij de fiscale stimulans stapsgewijs wordt afgebouwd. Vanaf 2030 zal stimulering mogelijk niet meer noodzakelijk zijn.

Aparte registratie teruglevering

Vanaf 1 januari 2023 zal voor alle kleinverbruikers een verplichting gelden om een elektriciteitsmeter met minimaal 2 aparte telwerken voor levering en teruglevering te hebben. Dit wordt wettelijk vastgelegd.

Geen energiebelasting direct verbruik eigen opwek

Over de elektriciteit die kleinverbruikers opwekken en zelf meteen gebruiken of opslaan betalen zij geen energiebelasting, BTW of ODE. Dit blijft ook in de toekomst zo.

Postcoderoosregeling

Er komt een aparte regeling voor energiecoöperaties. Deze nieuwe regeling maakt het mogelijk dat omwonenden makkelijker kunnen participeren in energieproject in de directe omgeving. Mogelijk worden deze projecten ondergebracht in de opvolger van de salderingsregeling.

DEI-regeling

De Demonstratieregeling Energie-Innovatie wordt doorgetrokken tot 2030. Vanaf heden kunnen meerdere demonstratieprojecten van een nieuwe techniek uit deze regeling in aanmerking komen voor stimulering.

SDE+ Subsidie

De Stimuleringsregeling voor Duurzame Energieproductie zal minimaal tot 2025 beschikbaar blijven. Hierna komt er mogelijk een alternatief voor deze subsidieregeling.

Klimaatakkoord

De Nederlandse overheid heeft als doel om in 2030 een CO2-reductie van 49 procent te halen. Dit tussentijdse doel moet uiteindelijk leiden tot een CO2-neutrale economie in 2050. Het kabinet heeft de ambitie uitgesproken het tussentijdse doel in 2030 zelfs op te schroeven naar een CO2-reductie van 55 procent.

  • Was deze pagina nuttig?
  • ja   nee
Deel deze pagina: