3 berichten aan het bekijken - 16 tot 18 (van in totaal 18)
  • Auteur
    Berichten
  • #79072
    Gerard Smals
    Bijdrager

    Onder meer Wim Hoogendoorn voeren als bezwaar tegen een Thorium/MSR reactor aan dat het eenvoudig is uit de brandstofstaven in een Thorium reactor grondstof voor een kernbom te maken. Wat een onzin. In een Thoriumreactor zitten geen brandstofstaven.

    #79078
    AAH de Bok
    Bijdrager

    Het is bewezen dat windmolens alleen op subsidie draaien, vogelkillers bij uitstek zijn (waar blijft de Partij voor de Dieren), maar maximaal 27% van de tijd optimaal rendement te leren de rest waait het te hard of te zacht of niet, slechts 10-15 jaar mee gaan en het energieverbruik met CO2 uitstoot tijdens productie niet meegenomen wordt in de CO2 reductie berekeningen. Ook alle andere zogenaamd groene energie initiatieven zoals het opstoken van hout en bioresten, draagt niet echt bij aan CO2 reductie. Als we alle het subsidie en belastinggeld van deze zinloze initiatieven zouden stoppen in de ontwikkeling van een of twee thorium centrales in Nederland, worden de C02 doelstellingen makkelijk gehaald, en is de consument veel goedkoper uit. Dit geld kan de burger dan anders worden besteed waar de economie beter van wordt. Hoe simpel kan het zijn. Ik steun de VVD en de PVV van harte, hopelijk wordt de groen linkse gelovigen ook een keer wakker en voor rede vatbaar.

    #79085
    sunnylover
    Bijdrager

    @ AAH de Bok:
    Kolencentrales draaien niet op kolen, maar op subsidie

    26 september 2011

    Update 26 september 2011: van https://henribontenbal.wordpress.com/2011/09/26/kolencentrales-draaien-niet-op-kolen-maar-op-subsidie-2/

    Onderstaande blog over indirecte subsidies aan fossiele energie is geschreven in februari, maar inmiddels is een nieuw rapport verschenen van CE Delft en Ecofys ‘Overheidsingrepen in de energiemarkt’ (hier). Ook het PBL heeft een notitie over dit onderwerp geschreven (hier). Op een aantal kleine punten heb ik onderstaande blog aangepast en in deze update geef ik een korte reactie op het rapport van CE/Ecofys.

    In het rapport van CE/Ecofys worden 53 overheidsinterventies geïdentificeerd, waarvan de 17 belangrijkste worden meegenomen in deze studie. Het betreft interventies zowel ten gunste van de fossiele als de duurzame sector. CE/Ecofys concludeert dat er naar de fossiele sector bijna vier keer zoveel aan overheidsinterventies gaat dan naar de duurzame sector.

    Voor de beoordeling van het rapport is het belangrijk de methodologie en de uitgangspunten scherp te hebben. Beide worden uitvoerig in het rapport beschreven. Het belangrijkste uitgangspunt is dat overheidsinterventies worden beoordeeld aan de hand van de externe kosten van energie, zoals gezondheids- of milieueffecten.

    De energiebelasting is een goed voorbeeld. In het rapport wordt becijferd dat er 252 miljoen euro aan overheidsinterventie naar verlaagde tarieven van energiebelasting voor grootverbruikers gaat. Daarmee wordt bedoeld dat de lage energiebelasting voor grootverbruikers niet de maatschappelijke kosten dekt die fossiele energie veroorzaakt. Het verschil tussen deze externe kosten en datgene wat aan energiebelasting wordt betaald, wordt meegenomen als overheidsinterventie.

    De conclusie van het rapport is helder: de vrijstellingen van brandstofaccijnzen voor kerosine en scheepvaart, de lage energiebelastingen voor grootverbruikers (gas en elektriciteit), de vrijstelling van energiebelasting voor de energie-intensieve industrie en de verlaagde accijnzen voor rode diesel en LPG zijn een vorm van overheidssteun, omdat de externe kosten van energie niet worden gedekt.

    Het rapport is dan ook een belangrijk pleidooi om de externe kosten van energie mee te nemen in de energieprijs door middel van het heffen van energiebelastingen en accijnzen. Dat betekent uiteraard dat niet alleen gekeken moet worden naar de energiebelasting en de accijnzen, maar ook naar de vennootschapsbelasting en andere belastingen. Nodig is een verschuiving van belastingen, een fiscale vergroening, zodanig dat Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats blijft voor grote bedrijven. Het rapport is een goede, recente studie naar de Nederlandse situatie van indirecte steun aan fossiele energie, ook al zal er discussie blijven over sommige uitgangspunten.

    _______________________________________________________________________________

    Blog van 19 februari 2011:

    “Windmolens draaien niet op wind, maar op subsidie”, aldus onze premier Mark Rutte in verkiezingstijd. De oneliner “kolencentrales draaien niet op kolen, maar op subsidie” zou echter meer recht doen aan de feiten. Van meerdere kanten is er bij het kabinet op aangedrongen te onderzoeken hoeveel (indirecte) subsidies aan de fossiele energie-industrie worden verstrekt. Staatsecretaris Joop Atsma heeft beloofd dit uit te zoeken. In dit artikel help ik hem alvast een beetje op weg.

    Helaas zijn de cijfers lastig vergelijkbaar, maar het beeld dat eruit oprijst is zonneklaar. Hieronder volgt een opsomming van een aantal onderzoeken naar deze ‘fossiele’ subsidies.

    Solar Generation 6, EPIA, Greenpeace, 2011, p. 33: “Conventional electricity prices do not reflect actual production costs. Many governments still subsidise the coal industry and promote the use of locally-produced coal through specific incentives. The European Union invests more in nuclear energy research (€ 540 million yearly in average over five years through the EURATOM treaty) than in research for all renewable energy sources, smart grids and energy efficiency measures combined (€ 335 million yearly in average over seven years through the Seventh framework program).”

    World Energy Outlook 2010, IEA, executive summary, p. 9, p. 13: Aan subsidies voor hernieuwbare energie is in 2009 wereldwijd 57 miljard dollar uitgegeven, terwijl de subsidies op fossiele energie 312 miljard door betrof.

    Energy subsidies in the European Union: A brief overview, EEA, 2004: “Despite significant emissions of carbon dioxide and residual air pollutants emanating from the burning of fossil fuels, the amount of fossil fuel subsidies remains high, particularly for coal. […] There is some evidence to suggest that, in historical terms, renewable energy subsidies in the EU 15 are relatively low in comparison with other forms of energy during periods of fuel transition and technology development. More mature fuels, such as natural gas, continue to benefit from the technological and industrial infrastructure built up during previous decades.” Het rapport schat de subsidies voor fossiele energie op € 21,7 miljard euro vergeleken met € 5,3 miljard aan subsidies voor hernieuwbare energie.

    Beers, Van den Bergh: Environmental Harm of Hidden Subsidies, 2009: De hoogleraren Cees van Beers (TU Delft) en Jeroen van den Bergh (VU Amsterdam) becijferden in 2009 de milieuschade van verborgen of indirecte subsidies. Het totaal van deze subsidies berekenden zij op 7,5 miljard. In deze kosten zitten echter ook kosten voor bijvoorbeeld minder belasting op vlees en kosten van railinfrastructuur. In een lezenswaardig, maar enigszins ongenuanceerd artikel in de Volkskrant (zie onderaan) worden deze cijfers toegelicht.

    Global Subsidies Initiative: Op deze website is veel informatie te vinden over milieubelastende subsidies, op mondiaal en Europees niveau.

    Deze ‘fossiele’ subsidies hebben meestal de vorm van indirecte subsidies die buiten het directe overheidsbudget vallen. Het EEA-rapport geeft de volgende verhelderende indeling van deze subsidies.

3 berichten aan het bekijken - 16 tot 18 (van in totaal 18)
  • Je moet ingelogd zijn om een reactie op dit onderwerp te kunnen geven.